musea aan de slag met web 2.0
Random header image... Refresh for more!

Ding 18: crowdsourcing

Sam Newman

Moeders zei het al “vele handen maken licht werk”. Dat principe wordt bij crowdsourcing in het extreme toegepast: een heleboel mensen doen elk een klein stukje werk voor een omvangrijke klus. Anders dan bij outsourcing (uitbesteden van werk) is er bij crowdsourcing geen sprake van het inhuren van een bekende partij. Mensen (of organisaties) worden opgeroepen mee te doen via het web en wie gaat bijdragen is niet tevoren te overzien. Soms zijn de resultaten verbluffend.

In dit Ding bekijken we crowdsourcing aan de hand van uiteenlopende voorbeelden.

Innovatie

Zoals zoveel toepassingen en ideeën voor samenwerken via het web is crowdsourcen veel ingezet in de IT wereld. Daar zijn soms heel specifieke brokjes kennis nodig, of werk dat in kleine brokjes kan worden bijgedragen door individuele programmeurs die een nachtelijk uurtje over hebben. Veel applicaties op het web worden vrijgegeven als ze nog niet 100% getest zijn (‘in beta’) omdat een kritische gebruikersgroep die graag het nieuwste van het nieuwste uitprobeert in de praktijk beter en uitgebreider test dan een organisatie zelf kan doen. WordPress kondigt de nieuwe (beta) versie van hun (gratis) blogtechnologie aan met de mededeling dat er nog honderden bugs in zitten en vraagt ontwikkelaars te helpen ze weg te werken. Het IT-bedrijf CISCO schrijft prijsvragen uit (i-Prize) voor ideeën die veel nieuwe omzet kunnen genereren en beloont de beste inzendingen met forse geldbedragen. Er worden honderden, uiteenlopende innovatiesingestuurd.

Kennis, ideeën, tijd, werk, geld of ….

De bijdragen kunnen heel verschillende vormen aannemen. Cisco benut creativiteit en kennis buiten de eigen organisatie en geeft deelnemers de kans hun idee te realiseren. Dat is commercieel gericht en door de opzet als wedstrijd zijn er ook veel verliezers. WordPress vraagt om tijd en werk bij te dragen voor een product waar we allemaal iets aan hebben. Persoonlijk krijg je daar niets voor terug.

Jan-Willem Alphenaar bedacht DSB The movie, een film over de opkomst en ondergang van DSB die gemaakt wordt zonder dat er geld aan te pas komt. Geschreven, gespeeld, geproduceerd door de deelnemers. Op basis van het verhaal kan men scènes filmen en insturen waarover wordt gestemd. De initatiefnemers maakten intensief gebruik van sociale media om mensen te informeren en warm te maken voor de film van 30 minuten die uiteindelijk gratis te zien zal zijn. C’mon & Kypski vroegen mensen één (voorgeschreven) beeld bij te dragen voor hun muziekvideo ‘More is less’. Op oneframeoffame.com is te zien hoe die video er uitziet nu er ruim 14.500 mensen hun ‘frame of fame’ hebben ingezonden.

Crowdfunding

Film- en muziekmakers kunnen voor projecten ook proberen geld bij elkaar te krijgen, via crowdfunding. Sellaband was een Nederlands initiatief (na faillissement een doorstart in Duitse handen) om artiesten in staat te stellen onafhankelijk van platenmaatschappijen hun muziekproject (CD, toernee) te realiseren. Fans betalen iets en krijgen in ruil gratis downloads, een T-shirt of een of andere gadget. Ze worden allemaal genoemd als ‘believers’ op de site -want het geloof in een artiest en de ideeën, daar draait het om.

Kickstarter presenteert allerlei projecten met een doel-saldo dat binnen een bepaalde termijn behaald moet worden. Wie vertrouwen heeft in het idee zegt een bedrag toe dat wordt geïncasseerd als het totaal inderdaad wordt gehaald: want alleen bij 100% dekking wordt de volgende stap gezet. Onder de projecten die zover zijn gekomen zijn nogal wat documentaires en video’s. Degenen die geld geven doen dat niet als investeerders die rendement verwachten, maar om te helpen een project te realiseren dat de moeite waard is.

Wetenschap

Galaxy Zoo is een voorbeeld waar deelnemers uit pure belangstelling elk hun steentje bijdragen aan een groot project. Meer dan 250.000 mensen hebben inmiddels geholpen om sterrenstelsels op honderdduizenden foto’s van NASA te classificeren: “a task at which your brain is better than even the most advanced computer.” In de 14 maanden classifeerden vrijwilligers 60.000.000 plaatjes. Extra leuk voor ons dat een Nederlandse lerares, Hanny van Arkel, die als vrijwilliger meedeed, op één van de foto’s een blauwe vlek ontdekte waarvan niemand wist -of weet- wat het is. De officiële Engelse naam van de mysterieuze vlek is nu ‘Hanny’s Voorwerp’ (of ‘the Voorwerp’) en er wordt speciaal studie van gemaakt .

Erfgoed

De erfgoedsector -met name de archieven- kent al jarenlang het fenomeen van vrijwilligers die data overtypen of foto’s scannen, maar door het internet is het in een aantal gevallen gemakkelijker geworden om mensen te laten meedoen. Het Gutenberg project begon al in 1971 met digitaliseren van literaire werken maar nam pas een vlucht toen het internet kwam. Vrijwilligers hebben er inmiddels vele duizenden werken uit de wereldliteratuur ingescand en overgetypt, en nog meer mensen helpen bij het corrigeren. Dat doen ze via de Distributed Proofreaders: onder de slogan preserving history one page at a time krijg je daar losse pagina’s aangeboden. Dat opdelen van het werk in brokjes is een kenmerk van crowdsourcing en bevordert dat mensen nog gauw even een pagina doen voor het eten.

Het Stadsarchief Amsterdam wil de komende jaren alle militieregisters online doorzoekbaar maken. Ook Archief Eemland, Het Utrechts Archief en het Noord-Hollands Archief doen mee aan het project. Het is de bedoeling dat vrijwilligers militieregisters gaan indexeren. Het project heeft de toepasselijke naam ‘Vele handen maken licht werk. Open archieven door crowdsourcing‘.

Kranten met fouten

Ook het Australische Newspaper Digitisation Programme mikt er op dat de meeste mensen maar een klein beetje bijdragen, maar dat juist doordat zo’n brokje snel te doen is heel veel mensen bijdragen -zodat er toch substantiële resultaten behaald worden. Voor het project zijn oude kranten gescand en door middel van OCR (Optical Character Recognition) doorzoekbaar gemaakt. Sommige kranten zijn zo oud en/of slecht gedrukt dat de resultaten van de tekenherkenning heel erg slecht zijn. Dus wordt gebruikers de mogelijkheid geboden de fouten die zij zien direct te corrigeren -en dat wordt op onverwacht grote schaal gedaan (12.5 miljoen regels gecorrigeerd). Mensen vinden het leuk omdat ze er iets van leren en omdat anderen er profijt van hebben.

Als je Australische kranten wilt helpen corrigeren, moet je eenmalig een captcha (zo’n raar verwrongen woord) overtypen om te bewijzen dat je een mens bent (en geen spambot). Dagelijks ontcijferen we samen 200 miljoen captcha’s, en reCaptcha gebruikt die massale input om gescande teksten met leesfouten te helpen verbeteren. Dat gaat via een ingenieus systeem van woordvergelijkingen en intypen van hetzelfde woord door meerdere mensen. Kom je vandaag of morgen een captcha tegen van twee min of meer bestaande woorden, dan help je zomaar mee aan het verbeteren van de digitale versie van de New York Times.

Schandaal

Voor wie nog niet overtuigd is van de impact die crowdsourcing kan hebben: tijdens de commotie in Engeland over onkostendeclaraties van parlementsleden zette The Guardian de honderdduizenden pagina’s met gegevens over hun declaratiegdrag op een site en vroeg het publiek ze te classificeren. In 3 dagen waren er 170.000 documenten bekeken door betrokken burgers, en heel wat parlementsleden werden aan de schandpaal genageld. Michael Andersen schrijft erover en analyseert de succesfactoren van dit crowdsourcing project.

Achtergrondinformatie:

Opdracht

  1. Zoek bij één van de creatieve crowdfunding platforms (Sellaband, Kickstarter) naar enkele projecten die zijn doorgegaan. Kijk ook naar wat eromheen gebeurt aan beloningen, prijzen en uitwisseling.
  2. Ga naar de Australian Newspapers. Kijk onderaan de pagina naar de informatie over bijdragen van gebruikers. Tik een zoekterm in en klik via de resultaten door naar een krantenpagina. Rechts zie je het gescande plaatje uitgelicht, links een kolom met de tekst. Daar staat ook een potlood ‘fix this text’ en dat kun je doen zonder in te loggen (alleen een captcha typen). Je verbeteringen kun je opslaan en ze zijn dan direct gemaakt.
  3. Bekijk deze site verbeterdebuurt, waarmee je kunt helpen je leefomgeving te verbeteren. Kijk eens wat er in jouw buurt voor problemen zijn gesignaleerd (en opgelost?).
  • En dan de ontspanning: bij Carnegie-Mellon maakten ze GWAP (=games with a purpose), een heel stel spelletjes waarmee je kunt helpen computers slimmer te maken. De meeste gaan om herkennen van beeld of geluid. Leuk om te doen, wel in het Engels. Als je dat lastig vindt kun je in elk geval ‘matchin‘ doen, om beelden te beoordelen.
  • Doe verslag op je blog en schenk aandacht aan de voorwaarden waaronder crowdsourcing zou kunnen werken voor de museumsector. En als je zelf een goed voorbeeld weet: graag!
  • (Foto van Sam Newman op Flickr)

    0 reacties

    Er zijn nog geen reacties...

    Je kunt reageren.